PREVENTIEVE OOGZORG

Herken de symptomen van veelvoorkomende oogaandoeningen

Oogaandoeningen zijn er in allerlei soorten en niet alle oogaandoeningen of oogziektes merkt u direct op. Wij hebben enkele symptomen en gevolgen van bepaalde oogaandoeningen op een rij gezet. Zo kunt u symptomen van veelvoorkomende oogaandoeningen herkennen en helpt het u actie te ondernemen.

PREVENTIEVE OOGZORG

Als u zoekt naar preventieve oogzorg moet u bij Oogzorg Thijssen zijn. Onze optometristen zijn experts in preventief oogonderzoek en verrichten zeer uitgebreide optometrische onderzoeken. Zo weet u precies hoe het met de gezondheid van uw ogen gesteld is. Het is immers beter oogaandoeningen zo vroeg mogelijk op te sporen of te voorkomen. Comfortabel zien is immers niet hetzelfde als gezond zien.

Ook vindt u informatie over verantwoord beeldschermgebruik en de alarmerende toename van bijziendheid bij kinderen.

Wat is maculadegeneratie?

De macula of gele vlek is het deel van het netvlies waarmee de ogen het scherpst zien. Dit komt doordat er in het kleine gebied zeer veel kegeltjes bij elkaar liggen. Kegeltjes zorgen ervoor dat kleuren en contrast zichtbaar worden en maken het dus mogelijk om details te zien. Maculadegeneratie (MD) is een ernstige oogziekte die ervoor zorgt dat de kegeltjes in de macula afsterven. Uw zicht neemt hierdoor steeds verder af.

Soorten maculadegeneratie

Juveniele maculadegeneratie is de erfelijke vorm van maculadegenerati en treedt al op jonge leeftijd op. Deze vorm van maculadegeneratie komt maar weinig voor.

Leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD) is de meest voorkomende variant, in hoofdlijnen te onderscheiden in droge maculadegeneratie en natte maculadegeneratie.

  • ‘Droge’ LMD: er ontstaan kleine bleekgele afzettingen, ‘drusen’ genoemd, die zich ophopen in het centrale deel van het netvlies (de macula). Het ontstaan van deze ‘drusen’ gaat samen met vermindering van het aantal kegeltjes in de macula, waardoor het zien verslechtert. Een sluipend proces waarbij het vele jaren kan duren voordat het centrale gezichtsvermogen achteruitgaat.
  • ‘Natte’ LMD: bij deze vorm verloopt het verlies van het gezichtsvermogen sneller. Door de groei van nieuwe bloedvaatjes achter de macula komen vocht en bloed in of onder het netvlies terecht (vandaar ‘natte’ LMD). Het bloed beschadigt de lichtgevoelige cellen in het netvlies, wat leidt tot een snelle en ernstige verslechtering van het gezichtsvermogen. Uiteindelijk zorgt littekenvorming in de macula voor verlies van het centrale gezichtsvermogen.

Meting van de oogdruk

  • Leeftijd: in Nederland lijdt naar schatting circa 14% van de mensen tussen de 55 en 64 jaar aan enige vorm van LMD. Dit loopt in de groep 65‐ tot 75‐jarigen op tot bijna 20%. Bij 75‐plussers is dit 37%.
  • Erfelijkheid
  • Roken: maculadegeneratie komt vijf keer zoveel voor bij mensen die meer dan één pakje sigaretten per dag roken
  • Voeding: cholesterolverhogende voedingsmiddelen zijn van invloed op het ontstaan van maculadegeneratie

Behandeling van maculadegeneratie

De meest voorkomende vorm, droge maculadegeneratie, is helaas niet te behandelen. Voor natte maculadegeneratie zijn er wel behandelingen mogelijk. Wanneer natte maculadegeneratie in een vroeg stadium wordt ontdekt, kan de achteruitgang van het gezichtsvermogen worden geremd of zelfs worden gestopt. Natte maculadegeneratie wordt behandeld door middel van injecties die de groei van bloedvaatjes stoppen. Daarnaast bestaat er Photodynamische therapie, waarbij de bloedvaatjes worden behandeld met een laser. Het effect van de laserbehandeling is echter maar gering, waardoor er vaker voor de medicatie wordt gekozen. Tot slot kan de juiste voeding ook bijdragen aan de behandeling van maculadegeneratie.

Laat uw ogen preventief controleren op maculadegeneratie

Een optometrist kan uw ogen preventief controleren op maculadegeneratie. Een vroegtijdige diagnose verhoogt de behandelkans aanzienlijk en kan zelfs een verbetering van het zicht betekenen

Bent u ouder dan 55 jaar? Bent u sterk bijziend? Komt Macula degeneratie in uw familie voor? Rookt u? Of staan uw ogen overmatig bloot aan UV-licht? Aarzel dan niet en laat uw ogen controleren door een optometrist

Wat is glaucoom?

Bij glaucoom is de oogzenuw beschadigd die elektrische signalen omzet in daadwerkelijke beelden. Dit komt door een verhoogde oogboldruk of verhoogde druk in de oogbol. De oogzenuw raakt afgekneld en sterft af, waardoor de verbinding tussen het oog en de hersenen langzaam maar zeker blijvend beschadigd raakt.

Symptomen van glaucoom

  • Verminderd zicht, uitval in gezichtsveld

Risicofactoren voor glaucoom

  • Verhoogde oogdruk
  • Erfelijkheid
  • Hoge leeftijd
  • Sterke bijziendheid of verziendheid
  • Afrikaanse of Aziatische afkomst
  • Afwijkingen van de bloedvaten bij of in het oog
  • Te hoge bloeddruk
  • Te lage bloeddruk
  • Een dun hoornvlies
  • Hart- of vaatziekten
  • Het gebruik van corticosteroïden

(bron: Oogfonds)

Gevolgen van glaucoom

  • Schade is onomkeerbaar
  • Onbehandelde glaucoom leidt tot blindheid

Behandeling van glaucoom

Nadat glaucoom door middel van uitgebreid glaucoomonderzoek is vastgesteld, kan een behandeling worden gestart. Glaucoom kan worden behandeld door middel van glaucoommedicatie, een laserbehandeling of een glaucoomoperatie.

De glaucoommedicatie bestaat meestal uit oogdruppels die de oogdruk verlagen. Deze druppels moeten de rest van het leven dagelijks worden gebruikt.

Bij de laserbehandelling wordt met de laserstraal de aanmaak van kamervocht worden geremd, of de afvoer worden verbeterd. Er zijn diverse soorten laserbehandelingen mogelijk, afhankelijk van het soort glaucoom.

Een glaucoomoperatie wordt gedaan als een laserbehandeling onvoldoende effect heeft. Een glaucoomoperatie heeft als doel de afwatering van het oog te verbeteren. Dit kan door middel van een luikje in het oogwit, of door middel van een drainage-implantaat. Ook een staaroperatie kan glaucoom verhelpen.

Komt glaucoom voor in uw familie en bent u 45 jaar of ouder? Laat uw ogen dan regelmatig controleren door een optometrist!

Wat is een lui oog?

Amblyopie is de aandoening die in de volksmond een ‘lui oog’ wordt genoemd. Een lui oog ontstaat meestal voor het achtste levensjaar. In de periode dat de ontwikkeling rond scherp zien nog volop in gang is. Het oog zelf mankeert niets, maar het beeld dat via het oog binnenkomt, wordt onderdrukt of vervormd door de hersenen. Er ontstaat een slecht gezichtsvermogen aan een oog. Wanneer één oog een goed gezichtsvermogen ontwikkelt, terwijl het andere oog dat niet doet, wordt het oog met de slechtere gezichtsscherpte het ‘luie oog’ genoemd. De afwijking komt bij vier op de honderd volwassenen voor. In de meeste gevallen is één van de twee ogen lui.

Risicofactoren voor een lui oog

  • Scheelzien
  • Staar en andere oogziektes die vertroebeling van de media veroorzaken
  • Erfelijkheid, veel scheelzien en oogsterkteafwijkingen in de familie
  • Sterkteafwijking aan één oog

Gevolgen van een lui oog

  • Verminderd gezichtsvermogen aan één oog (blijvend bij volwassenen)
  • Moeite met diepte zien

Doordat een kind moeite heeft diepte te zien, zal hij/zij vaak onhandig overkomen. Hij/zij kan bijvoorbeeld vaak vallen, zich vaak stoten, moeite hebben met vangen of een glas inschenken. Het kind kan zelf moeilijk aangeven waar het probleem ligt of is aan de situatie gewend. De diagnose lui oog is dus lastig te stellen.

Behandeling lui oog

Om een lui oog te behandelen, moet eerst de oorzaak van de amblyopie worden verholpen. Er wordt dus vaak eerst een bril aangemeten. Om een ‘lui oog’ te oefenen moet een kind worden gedwongen dit ‘luie oog’ te gebruiken. In het algemeen wordt dit bereikt door het goede oog af te dekken (occluderen) gedurende een aantal uren per dag en gedurende een bepaalde periode. Bij jongere kinderen kan hetzelfde effect vaak door korter durende occlusie worden teweeggebracht. Dit is het voornaamste argument om al bij jonge leeftijd een ‘lui oog’ te behandelen.

Alternatieve behandelingen van amblyopie zijn er in de vorm van een bril of druppels. Deze pupilverwijdende druppels worden in het goede oog gegeven, zodat dit oog in ieder geval niet voor kijken dichtbij kan worden gebruikt. Het kind wordt op deze wijze gedwongen zijn luie oog in ieder geval voor dichtbij te gebruiken. Om dezelfde reden worden soms speciale brillenglazen of contactlenzen voorgeschreven.

Vanaf ongeveer 10 jaar is de behandeling van een lui oog niet meer succesvol en zullen de klachten blijvend zijn.

Voor een succesvolle amblyopiebehandeling bent u als ouders het allerbelangrijkst. U moet ervoor zorgen dat uw kind de pleister (ver)draagt en dat de occlusie lang genoeg wordt volgehouden. De oogarts en de orthoptist zullen u hierbij zo goed mogelijk helpen.

Blepharitis, of ooglidrandontsteking, is een vaak langdurige (chronische) ontsteking van de ooglidrand, waarbij de haarzakjes en de talgkliertjes op de ooglidrand ontstoken zijn.

SOORTEN BLEPHARITIS

De ontsteking kan met name aanwezig zijn aan de voorzijde (anterior) of aan de achterzijde (posterior) van de ooglidrand: Anterieure blepharitis (voorzijde ooglidrand) Dit betreft voornamelijk een aandoening rondom de basis van de ooglidharen aan de voorzijde van de ooglidrand. Overmatig geproduceerd vet van de talgklieren in de oogleden blijft aan de oogharen kleven en wordt vervolgens zuur, waardoor de ooglidranden geïrriteerd raken. Posterieure blepharitis (achterzijde ooglidrand) Aan de achter- of binnenzijde van de ooglidrand bevinden zich de afvoergangen van de talgkliertjes (de Meibom kliertjes). De Meibom kliertjes scheiden talg af wat nodig is voor een optimale traanfilm. Onvoldoende functie van de klier leidt tot een slechte traanfilm met bijbehorende klachten: – De ooglidranden zijn vaak rood, onregelmatig en bevatten kleine bloedvaatjes. – De openingen van de talgkliertjes zijn iets verheven en kunnen kleine vetdruppeltjes of een wit plugje (van keratineproteïne) bevatten. – Soms kan men witte sliertjes uit de afvoergangen drukken of is een schuimige traanfilm aanwezig. – De traanfilm kan instabiel zijn waardoor de tranen sneller verdampen (wat kan leiden tot een droog oog).

klachten

  • Jeuk
  • irritatie
  • zandkorrelgevoel
  • branderigheid
  • tranende of droge ogen
  • vermoeide ogen
  • milde lichtschuwheid
  • leesklachten
  • wisselend zicht

Blepharitis klachten zijn meestal het ergst in de ochtend. Wel kan men in de loop van de dag meer klachten krijgen van droge ogen (vaak geassocieerd met blepharitis). Meestal zijn beide oogleden aangedaan.

Risicofactoren

Blepharitis is een chronische ontsteking van de haarzakjes van de wimpers. Het wordt meestal veroorzaakt door een klein parasietje, demodex folliculorum genaamd, dat huist op de oogleden en het voorhoofd. Het veroorzaakt een schilfering van de huid en een vettige afscheiding. Blepharitis gaat vaak gepaard met een vorm van eczeem (eczema seborrhoicum). Dit is een vorm van eczeem waarbij de huid erg vettig of droog en schilferig kan zijn. Soms komen beide verschijnselen afwisselend voor. Vaak wordt de blepharitis vergezeld door een bacteriële infectie van gewone huidbacteriën.

Onderzoek

De diagnose blepharitis wordt gesteld door middel van spleetlamponderzoek. De ooglidranden kunnen in geval van blepharitis rood en licht gezwollen zijn. Soms zijn er ter hoogte van de wimperimplant ook schilfers of korstjes aanwezig.

Behandel

De behandeling van blepharitis is erop gericht het aantal bacteriën op de ooglidrand en in de kliertjes te verminderen. Dit lukt alleen door eenmaal of tweemaal daags de ooglidranden te reinigen. De behandeling bestaat uit: Het reinigen van de ooglidranden Warme oogkompressen (enkele minuten) verzachten de korstjes, waardoor het verwijderen hiervan makkelijker gaat. Ooglidhygiëne (schoonpoetsen) is belangrijk om de ontsteking te verwijderen. Dit kun je het beste als volgt doen:

  • Doop een wattenstokje of een gaasje in een verdunde oplossing van baby shampoo.
  • Maak hiermee zachte bewegingen langs beide ooglidranden bij de implant van de wimperhaartjes om te 'weken'.
  • Masseer hierbij tevens de ooglidranden.
  • Als iemand anders poetst, kijk dan bij de behandeling van het bovenooglid naar beneden en bij behandeling van het onderooglid naar boven.
  • Poets net zo lang tot de huidschilfers en het vet van de ooglidranden verdwenen is.
  • Hierna kan men met een droog wattenstokje of gaasje de korsten en schilfers verder verwijderen.

Er zijn tevens reinigingsproducten verkrijgbaar. Dit zijn kleine voorbewerkte doekjes (kompres) geïmpregneerd met zeep/alcohol, zoals Supranettes en Cil Clar. Bij een posterieure blepharitis (aan de achterzijde van de ooglidrand) kan men het ook het ooglid masseren om de opgehoopte talg eruit te drukken. Spoel de ogen na met lauw schoon water (zonder shampoo).

Het aanbrengen van een antibioticum gel

Na het poetsen doet u een beetje ooggel of oogzalf in het oog, waarna u het oog dichtknijpt en de uitgeknepen gel op de oogleden en tussen de wimpers wrijft. Een voorbeeld van een antibioticum is Fucithalmic ooggel (fusidine) of chlooramfenicolzalf. Combinatietherapie/ antibiotica Bij ernstigere vormen van blepharitis, bijvoorbeeld bij onvoldoende reactie op de standaardbehandeling of bij een randkeratitis, kan de oogarts besluiten om een mengpreparaat te geven. Dit is verkrijgbaar in druppel of zalfvorm; een combinatie van een antibioticum met steroïden. Soms wordt een antibioticum in tabletvorm voorgeschreven. Gebruik geen oogmake-up als het ooglid ontstoken is, want dit kan een oogontsteking veroorzaken en de genezing vertragen.

Kunsttranen

Door blepharitis kan een droog oog ontstaan. Omgekeerd kan een droog oog ook de kans op een blepharitis vergroten. Tijdens of ná bovengenoemde behandeling kunt u de ogen ook aanvullend behandelen met kunsttranen (bijv. duratears, protagens, celluvisc, vidisic druppel), een gel (bijv. vidisic gel/EDO, dry eye gel, liposic, thilo-tears) of zalf (bijv. oculentum simplex). Hoe vaak en hoe lang behandelen? Gedurende 2 weken reinigt u beide ogen 2x per dag en u brengt hierna een antibioticum aan. Na de 2e week stopt u met het antibioticum maar blijft u de oogleden regelmatig schoonpoetsen, minstens 1x per dag en zo nodig 2x per dag. Een blepharitis is vaak chronisch is en kan terugkeren (recidief). Het is daarom verstandig de ooglidreiniging ook in de wat rustiger fasen van de kwaal toch dagelijks vol te houden omdat het probleem anders terug kan komen.

Een gerstekorrel wordt ook wel een chalazion genoemd. Het is een pijnloze zwelling van een talgklier in het ooglid. Een gerstekorrel is de oorzaak van een verstopte talgklier. In het boven- en onderooglid zitten vele talgliertjes, de kliertjes van Meibom. Deze zijn belangrijk voor de stabiliteit van de traanfilm. Doordat de afvoergang verstopt raakt, kan de talg niet meer naar buiten en hoopt zich op in het kliertje en het omringende weefsel. Er ontstaat dan een zwelling en een ontsteking van de talgklier. Dit kan leiden tot een lokale pijn en roodheid, er vormt zich een gerstekorrel.

Oorzaak

De oorzaak van een chalazion is meestal onbekend, want de exacte rol van bacteriën bij het tot stand komen van een chalazion is nog onduidelijk. Door de ooglidrandontsteking raken de afvoergangetjes van een klier verstopt.

Klachten

Er ontstaat een gevoelige zwelling net boven of onder de rand van het ooglid. Het gehele ooglid kan in korte tijd rood en gezwollen raken en een zandkorrelgevoel geven. In sommige gevallen is het knobbeltje zo groot dat het op het oog drukt en het hoornvlies vervormt, waardoor het zicht waziger wordt. Een chalazion kan eenmalig voorkomen, maar het kan ook in een ander talgkliertje ontstaan.

Behandeling

Conventionele behandeling

Een chalazion kan spontaan verdwijnen. In de beginfase kan men een chalazion soms behandelen met warme compressen en het poetsen van het ooglid. Soms wordt een antibioticumdruppel of zalf gegeven, eventueel in combinatie met een ontstekingsremmer. In eerste instantie wordt gewacht op spontaan herstel, maar vaak is het noodzakelijk het chalazion chirurgisch te verwijderen. Het chirurgisch verwijderen van een chalazion

Het ooglid wordt plaatselijk verdoofd. Aan de binnenzijde van het ooglid wordt een sneetje in de zwelling gemaakt, waarna de inhoud wordt verwijderd. Het is belangrijk dat de binnenbekleding van de talgklierzwelling ook wordt verwijderd om de kans op een nieuw chalazion te verkleinen. Er zijn over het algemeen geen uitwendige littekens zichtbaar. In zeldzame gevallen bevindt de ontsteking zich in het voorste deel van het ooglid. De ingreep kan poliklinisch plaatsvinden en duurt ongeveer 15 min. De patiënt dient er rekening mee te houden dat hij/zij na de ingreep niet zelf met de auto mag rijden. Om de kans op een nieuw chalazion te verminderen blijft het na de behandeling belangrijk om de ooglidranden goed schoon te houden.

Ontspiegelingslaag

Conjunctivitis is de medische term voor ontstoken slijmvlies van de ogen. Het is de meest voorkomende oorzaak van een rood oog: het oogwit wordt bedekt door slijmvlies (conjunctiva), waar dunne bloedvaatjes doorheen lopen. Bij irritatie zetten deze vaatjes op, waardoor het oog rood wordt.

Oorzaak

Vaak ontstaat conjunctivitis als gevolg van een bacteriële of een virusinfectie. Virussen zijn over het algemeen de oorzaak van het bekende ‘rode oog’ bij verkoudheid en gaan dan gepaard met een rauwe keel en loopneus. Deze verschijnselen duren 1 tot 2 weken. Maar conjunctivitis kan ook ontstaan door iets anders dan een infectie: ook een allergie, het ‘droge ogen’ syndroom of irriterende stoffen in de omgeving kunnen een rood oog veroorzaken.

Soorten conjunctivitis

  • Bacteriële conjunctivitis: geeft een geelgroene afscheiding (pus).
  • Virale infecties van de conjunctiva: veroorzaken slijmvorming en waterige afscheiding.
  • Allergische conjunctivitis: geeft vaak jeuk en waterige afscheiding en geregeld matige tot hevige roodheid.

Klachten

  • Rode ogen
  • Hevig tranen
  • Jeuk
  • Geelgroene afscheiding

Risicofactoren

Geen infectie

  • Vuiltje in het oog
  • Allergie (bijv. hooikoorts)
  • Zonnebank
  • Las werkzaamheden
  • Droge ogen

Infectie

  • Bacteriën
  • Virussen (bijv. herpes infectie)
  • Chlamydia
  • Schimmels

Onderzoek

Aan de hand van onderzoek wordt bepaald welke vorm van conjunctivitis sprake is.

Behandeling

  • Bacteriële conjunctivitis: wordt behandeld met een antibioticum in de vorm van druppels, zalf of een gel.
  • Virale conjunctivitis: kan worden bestreden met ontstekingsremmende medicijnen in druppelvorm. Antibiotica hebben geen effect.
  • Allergische conjunctivitis: kan worden bestreden met speciale oogdruppels die de allergische reactie in het oog tegengaan.
  • Het ‘droge ogen’ syndroom: kan worden behandeld met kunsttranen in de vorm van druppels, zalf, gel en/of zogeheten punctum plugs.
  • Conjunctivitis door irriterende stoffen: Zijn uw ogen rood door een irriterende stof, dan wordt de behandeling afgestemd op die specifieke stof

Klachten als gevolg van te weinig of slechte kwaliteit traanvocht. Traanvocht dient om het oog te bevochtigen en het hoornvlies te beschermen tegen uitdroging en vuil. Bij elke knipperslag van de oogleden wordt het traanvocht in een dun laagje gelijkmatig over het oog verdeeld. Dit laagje wordt de traanfilm genoemd.

Traanvocht wordt gemaakt door het slijmvlies van het oog (conjunctiva) en de traanklier. De tranen worden afgevoerd via het traanwegsysteem. Dit bestaat uit de bovenste en onderste traanpunten, de bovenste en onderste traankanaaltjes, de traanzak en het neustraankanaal. Uiteindelijk komen overtollige tranen in de neus terecht. Een deel van de tranen verdampt op het hoornvlies.

Oorzaak

Droge ogen kunnen ontstaan als de hoeveelheid of samenstelling van het traanvocht niet genoeg is om het oog te beschermen. Er kunnen veel verschillende oorzaken zijn van droge ogen. Oogaandoeningen, zoals Sjögren kan een rol spelen maar ook het ontbreken van bepaalde lagen in de traanfilm of te weinig/slechte knipperbewegingen.

Klachten

  • Een branderig, stekend gevoel
  • Een zanderig of korrelig gevoel, alsof er iets in het oog zit
  • Een jeukend, drukkend of vermoeid gevoel
  • Last van licht (fotofobie)
  • Vastklevende oogleden (vooral bij het opstaan)
  • Wisselend gezichtsvermogen: bij een aantal keren knipperen wordt het zien tijdelijk beter
  • Last bij het lezen
  • Overmatig tranende ogen
  • Problemen met dragen van contactlenzen

Het eigenaardige is dat droge ogen kunnen leiden tot overmatig tranende ogen als gevolg van irritatie.

Risicofactoren

  • Rokerige ruimte
  • Airconditioning
  • Bijwerking van geneesmiddelen
  • Te lage luchtvochtigheid in de omgeving
  • Het dragen van contactlenzen

Onderzoek

Om droge ogen te onderzoeken kan de traanfilm aangekleurd worden met een speciale kleurstof, fluoresceïne. De ogen worden vervolgens bekeken met blauw licht. Normaal gesproken hoort de traanfilm minimaal 10 seconden egaal aan te kleuren, dit wordt aangeduid in BUT ofwel break-up time van de traanfilm. Bij ernstigere traanfilmproblemen worden droge, puntvormige (beschadigde) plekjes op het hoornvlies waargenomen die lichtgroen kleuren (punctata). Soms wordt de traanproductie gemeten met een papieren stripje, de Schirmertest.

Behandeling

Als er een aanwijsbare oorzaak is, dan wordt die eerst behandeld. Maar het lukt lang niet altijd de oorzaak van de droge ogen weg te nemen. In dat geval bestaat de behandeling uit het verlichten van de klachten. Daarbij zijn de volgende opties mogelijk:

In de meeste gevallen bieden kunsttranen uitkomst. Deze zijn verkrijgbaar in de vorm van druppels, gel of zalf. De mate van de klachten bepaalt mede hoe vaak u moet druppelen of smeren. Draagt u contactlenzen, overleg dan eerst met ons of gebruik conserveermiddelvrije druppels. Soms is het oog te droog om contactlenzen te kunnen blijven dragen.

Belemmering van de traanafvoer

Tranen worden voornamelijk afgevoerd via het traanwegsysteem. Om het nog aanwezige traanvocht zo lang mogelijk vast te houden, kan uw traanafvoerkanaaltje tijdelijk of permanent afgesloten worden met een punctum plug.

De afvoer van het traanvocht kan ook vertraagd worden door het dragen van een beschermbril of bandagelenzen of door het operatief verkleinen van de ooglidspleet (tarsorraphie). Deze behandeling vindt alleen plaats bij ernstige klachten van droge ogen. Wat is een Punctum Plug?

Een punctum plug is een klein “stopje”, gemaakt van siliconen of collageen materiaal. Hiermee wordt het afvoerkanaal van de tranen tijdelijk dichtgemaakt. De plugjes zien eruit als kleine paddenstoelen zijn vrijwel niet te zien in het oog. Dankzij het plugje kunnen de tranen het oog langer bevochtigen. Het plaatsen van een punctum plug (meestal in het onderste traanpuntje van de oog) gaat heel eenvoudig, is pijnloos en duurt ongeveer 10 minuten. Dit gebeurt gewoon in de spreekkamer van de optometrist of oogarts. Hierna kunt u gewoon verder met uw dagelijkse bezigheden.

Verbeteren van de omgevingsfactoren

Het vermijden of aanpassen van externe omstandigheden als airconditioning kan de klachten aanzienlijk doen verminderen.

Behandeling lichamelijke (oog)ziekten

Als droge ogen het gevolg zijn van lichamelijke (oog)ziekten, behoort de behandeling ook hierop gericht te zijn. Bij een ooglidrandontsteking moet deze eerst worden behandeld, eventueel ondersteund door het gebruik van kunsttranen.

Bij een netvliesloslating komt het netvlies los van de diepere laag in het oog. Het deel van het netvlies dat loslaat werkt niet goed meer.

Klachten

Een netvliesloslating kan verschillende verschijnselen geven:

  • Plotselinge lichtflitsen en donkere zwevende deeltjes zien
  • Gedeeltelijke uitval van het gezichtsvermogen, soms waargenomen als een gordijn
  • Acuut totaal verlies van het gezichtsvermogen

Risicofactoren

Een netvliesloslating komt voor bij ongeveer 1 op de 10.000 mensen. Het kan in principe op elke leeftijd optreden, maar ouderen worden er vaker door getroffen. Ook bijzienden en mensen met netvliesloslating in de familie lopen meer risico. Soms wordt een netvliesloslating veroorzaakt door een ongeval, bijvoorbeeld een klap of een bal op het oog. Als de netvliesloslating niet behandeld wordt, zal deze leiden tot slecht zien of blindheid.

Onderzoek

Aan de buitenkant van het oog is niet te zien of er sprake is van een netvliesloslating. Het is daarom raadzaam om bij de eerdergenoemde verschijnselen uw huisarts of optometrist te raadplegen. De oogarts of optometrist kan de pupil door middel van druppels verwijden om zo het netvlies te bekijken.

Behandeling

Als er een gaatje in het netvlies zit zonder verdere loslating, kan uitbreiding worden voorkomen door behandeling met een laser. Doel is om te voorkomen dat het netvlies van de onderliggende lagen wordt losgetrokken. Als het netvlies wel is losgelaten zijn er meerdere behandelmethoden mogelijk. Welke operatieve behandeling dan nodig is, is afhankelijk van de situatie en het oordeel van de oogarts. Operatie door middel van de laserstraal

Wanneer de gaatjes niet te groot zijn en het netvlies nog niet of nauwelijks is losgelaten, dan kan de laserstraal gebruikt worden om rondom de gaatjes littekens te maken. Deze littekentjes hechten het netvlies vast aan de onderliggende lagen. De gaatjes kunnen dan niet groter worden. Ook wordt voorkomen dat er vocht onder het netvlies komt. De behandeling gebeurt poliklinisch, duurt ongeveer 10 minuten en is niet echt pijnlijk.

Operatie

Wanneer er wel vocht onder het netvlies gekomen is kan er geen verlittekening door de laser tot stand gebracht worden, omdat het vocht verkleving met de diepere lagen van het netvlies onmogelijk maakt. Er wordt dan vaak een bandje om het oog aangebracht (cerclage). Ook kunnen andere technieken gebruikt worden, dit weer afhankelijk van de situatie.

Resultaat

In 90% van de gevallen lukt het om het netvlies weer aanliggend te krijgen. Het uiteindelijke gezichtsvermogen is afhankelijk van het soort loslating. Wanneer het niet lukt om het netvlies op zijn plaats te krijgen verliest het oog geleidelijk zijn functie en wordt het blind. Na de operatie zullen medicijnen gebruikt moeten worden en soms moet de sterkte van de bril aangepast worden.

Scheelzien (strabismus) is een afwijking van de stand van de ogen, waarbij de ogen niet op hetzelfde punt gericht zijn.

Elk oog wordt aangestuurd door 6 oogspieren, 4 rechte oogspieren en 2 schuine oogspieren. Door een goede samenwerking tussen de oogspieren van beide ogen kunnen de ogen gecoördineerd kijken en staan ze recht. De aandoening ontstaat meestal op kinderleeftijd, maar kan ook bij volwassenen optreden.

Soorten scheelzien

  • Esotropie: één oog staat naar binnen (convergent scheelzien)
  • Exotropie: één oog staat naar buiten (divergent scheelzien)
  • Hypertropie: één oog staat naar boven
  • Hypotropie: één oog staat naar beneden

Klachten

Scheelzien en een daaruit voortkomend lui oog treden vaak op bij kinderen. Ouders zijn dan ook vaak degene met de klacht dat de ogen niet recht staan, dit is het symptoom van scheelzien. Vaak is het zo dat een kind dat scheelziet sterk begint te protesteren als zijn of haar goede oog wordt afgedekt, dit is het symptoom van een lui oog. Op latere leeftijd kunnen ook klachten worden aangegeven als wazig zien en dubbelzien.

Risicofactoren

De oorzaak van scheelzien is niet altijd bekend. Factoren die het ontstaan van scheelzien kunnen bevorderen zijn:

  • erfelijke factor
  • aangeboren scheelzien
  • een ongecorrigeerde brilsterkte
  • ten gevolge van (infectie)ziekten
  • een oogbewegingsstoornis, emoties, schrik
  • ongeval

Onderzoek

Op de consultatiebureaus worden de ogen volgens een vast onderzoeksprogramma nagekeken. Wanneer de consultatiebureau-arts twijfelt aan de stand van de ogen of aan de kwaliteit van het zien stuurt hij het kind door naar de oogarts of de orthoptist. De orthoptist kan al bij jonge kinderen onderzoek doen naar de stand en de samenwerking van de ogen. Ook worden de oogbewegingen onderzocht en wordt de gezichtsscherpte indien mogelijk, oog voor oog bepaald. De ogen worden gedruppeld om de brekingsafwijking te bepalen en de oogarts onderzoekt of de ogen gezond zijn. Deze onderzoeken zijn nodig om te bepalen of er inderdaad sprake is van scheelzien, wat de gevolgen zijn en welke behandeling nodig is.

Behandeling

De behandeling van scheelzien en/of van een lui oog kan een langdurig proces zijn. Afhankelijk van de oorzaak van het scheelzien wordt bepaald welke behandeling het meest geschikt is.

De behandeling kan bestaan uit:

  • het voorschrijven van een bril
  • Oefeningen
  • een oogspieroperatie

Indien scheelzien gepaard gaat met een lui oog wordt eerst het luie oog behandeld, voordat de eventuele oogspiercorrectie wordt uitgevoerd. Bij al deze behandelingen zijn regelmatige controles nodig om de resultaten te kunnen vaststellen.

Bij een deel van de scheelziende patiënten moeten de ogen worden ‘rechtgezet’ door middel van een operatie. Het doel van de deze operatie is per persoon verschillend: het bereiken van een cosmetisch rechte oogstand, het opheffen of verminderen van klachten (zoals dubbelzien, hoofdpijn) of het behouden van de onderlinge samenwerking tussen de ogen.

De orthoptist bepaalt de mate van het scheelzien (de scheelzienshoek):

Er wordt vervolgens een oogspieroperatie verricht, waarbij de oogspieren die aan de buitenkant van de oogbol vastzitten, verzwakt of versterkt worden door ze te verplaatsen of in te korten. Dit kan aan één of beide ogen gebeuren. De orthoptist en de oogarts bekijken een week voor de operatie welke spier of spieren verplaatst moeten worden. Aan jonge kinderen wordt altijd algehele narcose gegeven.

Is u een staaroperatie geadviseerd?

Wanneer er staar (ook wel cataract genoemd) bij u is geconstateerd, dan is uw ooglens aan het vertroebelen. Langzaam wordt uw ooglens minder helder en krijgt een witgele kleur. Doordat uw ooglens troebel wordt, neemt langzaam ook uw zichtvermogen af. U ziet voorwerpen minder scherp, ervaart contrastverlies en kleuren lijken minder helder. Staar is een verouderingsproces van uw ooglens en gaat meestal heel geleidelijk. De eerste jaren heeft u vaak niet eens door dat u staar heeft. Meestal wordt staar door de optometrist of oogarts opgemerkt wanneer u bij hem of haar komt als u het gevoel heeft dat uw zicht achteruit is gegaan.

Oorzaak

Staar (of cataract) is een verouderingsproces van de ooglens in het kapselzakje direct achter de pupil. Vanaf een jaar of vijftig kan uw ooglens vertroebelen waardoor uw zicht verslechtert. Sommige mensen zeggen dat het lijkt alsof ze door een geelwit gordijn heen kijken. Ook wordt uw ooglens dikker naarmate u ouder wordt. Hierdoor verandert uw lens van sterkte en kan ook uw brilsterkte veranderen. Staar komt niet altijd door veroudering van de ooglens. Het kan ook aangeboren zijn of het gevolg zijn van bijvoorbeeld een ongeval of ontsteking van het oog.

Soorten staar

Er zijn drie vormen van staar:

  • Ouderdomsstaar: dit is verreweg de meest voorkomende vorm van staar en is het gevolg van het verouderen van onze ogen. Meestal doen de eerste verschijnselen van staar zich voor vanaf de leeftijd van 55 jaar. Van de 85-jarigen heeft ongeveer 20% staar
  • Aangeboren staar: dit is meestal erfelijk en geeft op jonge leeftijd al klachten. Aangeboren staar gaat vaak gepaard met een andere aangeboren ziekte.
  • Staar door een ziekte of ongeval: dit kan voorkomen wanneer een harde klap op of een voorwerp in het oog gekomen is. Ook kan staar ontstaan door een ziekte (diabetes) of bijvoorbeeld inwendige oogontsteking.

Klachten

Klachten van staar komen vaak geleidelijk aan het licht. Meestal gaan de ogen langzaam achteruit en is de eerste klacht die opgemerkt wordt ‘minder scherp zien’. Hieronder een overzicht van de symptomen die zich bij staar (cataract) kunnen voordoen:

  • Minder scherp zien, een waziger beeld.
  • Kleurverandering: de omgeving lijkt minder kleurrijk en grauwer.
  • Dubbelbeeld of schaduwbeeld met één oog.
  • Last van verblinding/schitteringen (glare/halo's).
  • Wisselende of steeds veranderende brilsterkte.
  • Slechter zien in het donker.

Risicofactoren

Staar is een veelvoorkomende oogziekte die op latere leeftijd ontstaat. De voornaamste reden van staar is veroudering van de ooglens. Maar er zijn ook andere redenen van staar. We noemen de meest voorkomende factoren:

  • Veroudering van de ooglens (ouderdomsstaar)
  • Erfelijkheidsfactoren
  • Bepaalde stofwisselingsziekten (bijv. suikerziekte)
  • Bepaalde oogaandoeningen
  • Oogverwondingen

Bij sommige mensen ligt de kans om staar te krijgen hoger dan bij anderen. Het begint al met of je een man of vrouw bent. Bij vrouwen komt staar namelijk vaker voor dan bij mannen. Ook bij mensen die roken of alcohol drinken is de kans op staar groter. En wanneer iemand veel in zonlicht komt is er een grotere kans op staar door UV-straling. Het is dus belangrijk een goede UV-werende zonnebril te dragen. Ongezonde voeding of bepaalde medicijnen zoals corticosteroïden zijn ook boosdoeners en mensen met diabetes hebben ook een verhoogde kans op staar.

Onderzoek

Is bij u staar geconstateerd? Of bestaat er een vermoeden van staar? Dan is het belangrijk uw ogen te laten onderzoeken door een optometrist of een oogarts. Hij of zij zal door middel van een oogonderzoek kunnen constateren of u inderdaad staar heeft. Is er sprake van staar en is deze te hinderlijk in uw dagelijkse leven? Dan kunt u kiezen voor een staaroperatie om uw gezichtsvermogen te herstellen. Het is dan belangrijk dat u eerst voor uzelf nagaat of u alleen van de staar af wilt komen, of dat u direct ook van uw bril af wilt komen. Deze keuze dient u vooraf te maken, want na de operatie is dit niet (zonder risico) te veranderen.

Alleen van uw staar afkomen

Wanneer u alleen van de vertroebeling in uw ooglens af wilt komen en het niet hinderlijk vindt om een bril te dragen, kunt u kiezen voor een gewone staaroperatie. Uw vertroebelde ooglens wordt dan vervangen door een heldere kunstlens (ook wel implantlens). Met deze lens kunt u weer helder zien. Vaak bestelt de oogarts uw lens met een sterkte die ervoor zorgt dat u veraf redelijk kunt zien zonder bril. Het is alleen niet het primaire doel van de oogarts om u brilvrij te maken. Voor dichtbij en de tussenafstand zult u dus hoogst waarschijnlijk een (nieuwe) bril nodig hebben. Ook voor de verte kan het nog steeds nodig zijn een bril te dragen. Een gewone staaroperatie met een ‘enkelvoudige’ implantlens wordt meestal geheel vergoedt door uw zorgverzekeraar.

Behandeling

Hoe gaat een staaroperatie in zijn werk? En wat kunt u op de behandeldag verwachten? Veel mensen vinden het best spannend om hun ogen te laten opereren. Gelukkig is een staaroperatie een veel gedane ingreep en kent een staaroperatie minimale risico’s.

De behandeling kan bestaan uit:

De voorbereiding

Wanneer u op de behandeldag aankomt worden uw ogen eerst meerdere malen verdoofd met oogdruppels. Pas als uw ogen volledig verdoofd zijn wordt u verder voorbereid voor de behandeling. U krijgt steriele kleding aan, een operatiemuts en plastic zakjes om uw schoenen. Ook wordt het gebied rondom uw ogen steriel gemaakt en wordt er een infuus aangelegd door de anesthesiemedewerker. Samen met het operatieteam zal de oogarts of refractiechirurg de behandeling uitvoeren. Tijdens de operatie zorgt de oogarts er eerst middels incisies in het oog voor dat hij bij de ooglens in het lenszakje terecht komt. Vervolgens haalt hij de vertroebelde ooglens uit het oog en plaatst hij de nieuwe, heldere lens in het lenszakje. De lens wordt heel nauwkeurig gepositioneerd om optimaal zichtresultaat te behalen. Dit is met name belangrijk bij multifocale implantlenzen en lenzen met een cilindercorrectie erin verwerkt. Dus wanneer u heeft gekozen om brilonafhankelijk te worden. Wanneer de lens goed gepositioneerd is en de oogarts tevreden is, is de operatie van uw eerste oog alweer voorbij.

Na de behandeling

Het sneetje dat nodig is voor de operatie is zó klein, dat deze vrijwel nooit gehecht hoeft te worden. U krijgt een kapje ter bescherming op uw oog die u de dag na de behandeling zelf mag verwijderen. Het tweede oog wordt meestal na ongeveer twee weken behandeld. Na de behandeling is het belangrijk om het meegekregen druppelprotocol op te volgen. Door het gebruik van de oogdruppels heelt uw oog namelijk sneller en is de kans op infecties een stuk kleiner. Een dag na de behandeling ziet u vaak al direct resultaat. In de weken en maanden na de behandeling heelt uw oog en wordt het zichtresultaat steeds beter.

Suikerziekte (diabetes mellitus) kan beschadigingen veroorzaken binnen in het oog. Door die beschadigingen kunnen blijvende afwijkingen aan het netvlies ontstaan. Men noemt dit diabetische retinopathie (DRP).

Vaak ontstaan deze afwijkingen ongemerkt. Een gevaarlijke situatie, want als deze afwijkingen niet tijdig worden ontdekt en behandeld, kan het gezichtsvermogen ernstig achteruitgaan en is zelfs blindheid niet uitgesloten. Laat daarom bij suikerziekte uw ogen regelmatig onderzoeken. Dit kan prima bij ons. SOORTEN SUIKERZIEKTE (DRP)

Diabetische retinopathie is een complicatie van suikerziekte, waarbij veranderingen optreden in de bloedvaten van het netvlies. Deze veranderingen kunnen zich op twee manieren voordoen:

  • Exsudatieve retinopathie: hierbij verandert de wand van de kleine bloedvaten, waardoor lekkage van vocht en bloed kan optreden.
  • Proliferatieve retinopathie: hierbij worden nieuwe bloedvaatjes gevormd. Deze nieuwe bloedvaatjes zijn erg broos en kunnen gemakkelijk bloedingen in het netvlies en glasvocht achter in het oog veroorzaken wanneer de afvoer van kamerwater wordt belemmerd.

Risicofactoren

Hoe langer iemand suikerziekte heeft, hoe groter de kans op diabetische retinopathie. Omdat het mogelijk is al geruime tijd aan suikerziekte te lijden zonder daar iets van te merken, is het verstandig ook de ogen te laten controleren zodra er suikerziekte is vastgesteld. Deze controle dient jaarlijks plaats te vinden, want er kunnen afwijkingen optreden in de ogen die (nog) geen klachten geven, maar wel behandeld moeten worden om verdere beschadiging te voorkomen of af te remmen.

Onderzoek

Bij het onderzoek naar DRP wordt de pupil met druppels verwijd, zodat het netvlies goed kan worden bekeken. Deze druppels maken het zicht tijdelijk minder. Als er afwijkingen worden gevonden, kan het noodzakelijk zijn foto’s van het netvlies te nemen (OCT). Door dit onderzoek kan de mate en de ernst van de afwijking beter beoordelen.

Behandeling

In veel gevallen kan bij geconstateerde afwijkingen in het netvlies een laserbehandeling uitkomst bieden. Hiermee wordt verdere achteruitgang van het gezichtsvermogen gestopt of vertraagd. Met een laser kan zeer gericht de binnenzijde van het oog bereikt worden, zo ook het netvlies. In het geval van exsudatieve retinopathie wordt de laser gebruikt om de lekkende bloedvaten dicht te ‘lassen’. Deze behandeling duurt ongeveer tien minuten.

Is er sprake van proliferatieve retinopathie en zijn er nieuwe bloedvaatjes gevormd, dan moet vrijwel het gehele netvlies met laserstralen worden behandeld. Deze behandeling is veel uitgebreider dan de eerstgenoemde en zal vaak uit meerdere deelbehandelingen bestaan.

Bij beide toepassingen worden voorafgaand aan de behandeling pupilverwijdende oogdruppels toegediend. Vervolgens wordt het oog met druppels verdoofd. Bij een uitgebreide behandeling wordt het oog in bepaalde gevallen plaatselijk verdoofd door een injectie bij het oog. Eyescan gebruikt bij de behandeling van DRP de nieuwste laserapparatuur. Dit beperkt het ongemak tot een minimum. Ook komen complicaties hierdoor zelden voor.

Onder ‘tranend oog’ wordt verstaan het hinderlijk traandruppelen (epiphora) uit het oog, met name overdag tijdens de normale dagelijkse bezigheden.

Kleine klieren van het slijmvlies en van de ooglidranden produceren tranen. Deze zorgen ervoor dat het oog steeds ”gesmeerd’’ wordt. De traanklier, gelegen onder het bovenooglid, reageert bij emotie of oogirritatie en produceert dan meer traanvocht. De ene persoon traant veel gemakkelijker dan de andere. De geproduceerde tranen worden afgevoerd door de twee traanpunten. Het traanvocht wordt als het ware door de oogleden hier ingepompt. Vanuit de traanpunten gaan de tranen via een klein kanaaltje naar de traanzak en daarna via het neustraankanaal naar de neus (dit verklaart waarom men moet snuiten na huilen!).

Naast het “smeren” hebben de tranen een afweerfunctie en ze voeren viezigheid af. Bij een verstopt systeem gaat dit niet en kunnen ziektekiemen een ontsteking veroorzaken. Als het traankanaal verstopt zit, of de traanpunt raakt het oog onvoldoende door bijvoorbeeld een slapper wordend ooglid, worden de tranen niet goed afgevoerd en lopen ze over de wangen.

Oorzaak

  • Er is een bron van irritatie, bijvoorbeeld een vuiltje, een haartje tegen het oog.
  • De traanpunten zitten niet op de plaats of zijn verstopt.
  • Ouder worden of aangezichtsverlamming veroorzaakt een slap ooglid, dat gaat afstaan. De traanpunt en de ooglidrand liggen dan niet goed tegen het oog en de tranen kunnen niet goed de traanpunten binnen gaan.
  • Traankanaal, traanzak of traanneuskanaal kan verstopt zijn door een ontsteking, ongeval of onduidelijke oorzaak.
  • Een verstopping door een probleem in de neus waar het traanneuskanaal op uitkomt.
  • Droge ogen kunnen tranen oproepen, het oog is dan niet lekker gesmeerd. Dit leidt tot irritatie en de traanklier gaat meer tranen maken. Deze tranen dragen niet bij aan het smeren en de irritatie blijft dus.

Onderzoek

Bij het onderzoek naar tranende ogen kijkt de optometrist na of er een bron van irritatie is. De traanpunten worden gecontroleerd. Deze moeten open zijn en goed op de plaats liggen. De oogarts kan ook de doorgankelijkheid van de traanweg testen. Door met een stomp naaldje fysiologisch zout in te spuiten. Als dit in de neus komt dan is de traanweg doorgankelijk. Dit onderzoek kan in bepaalde gevallen met contrastmiddel worden gedaan. Wanneer er gedacht wordt aan een probleem in de neus, kan er een KNO-arts worden geraadpleegd.

Behandeling

De huisarts of oogarts kan de traankanalen doorprikken. Ook kan een ooglidcorrectie een oplossing bieden.

Voor veel mensen zijn troebelingen of bewegende vlekjes in het gezichtsveld een bekend verschijnsel. Maar wat betekent dit en is het schadelijk?

Het glasvocht of glasachtig lichaam is een gelei die het grootste gedeelte van het oog achter de ooglens opvult. Normaal glasvocht laat lichtstralen ongehinderd door naar het netvlies. Eventuele troebelingen in het glasvocht geven een schaduw op het netvlies. Dit kan worden waargenomen als vlekjes, puntjes, cirkels of spinnenwebben. Tegen een lichte achtergrond zijn de vlekjes vaak duidelijker.

Oorzaak

  • Bij veroudering kunnen verdichtingen in het glasvocht ontstaan. Hoewel dit hinderlijk kan zijn, is het een onschuldige aandoening. Het komt vaker voor bij bijziende mensen
  • Een ontsteking in het oog (uveïtis)
  • Bij suikerziekte, doordat plotseling bloed in het glasvocht komt
  • Het loslaten van het glasvocht. Het glasvocht zit op een aantal plaatsen aan het netvlies vast.
  • Bij het ouder worden krimpt het glasvocht iets en laat het los van het netvlies
  • Bij een netvliesscheur of netvliesloslating zijn troebelingen en lichtflitsen vaak de eerste verschijnselen

Klachten

  • Plotselinge lichtflitsen en donkere zwevende deeltjes zien
  • Gedeeltelijke uitval van het gezichtsvermogen, soms waargenomen als een gordijn
  • Acuut totaal verlies van het gezichtsvermogen

Risicofactoren

Wanneer het glasvocht krimpt en loslaat van het netvlies kan er in een klein aantal gevallen een gaatje in het netvlies ontstaan. De bloeding die hierbij ontstaat, zorgt voor kleine vlekjes in het gezichtsveld. Een netvliesgaatje kan soms een netvliesloslating aankondigen.

Onderzoek

Van buitenaf is een netvliesloslating niet vast te stellen. Raadpleeg daarom bij de eerdergenoemde verschijnselen altijd uw huisarts of optometrist. Deze kan met behulp van pupil verwijdende druppels eenvoudig uw netvlies bekijken.

Behandeling

Zit er alleen een gaatje in het netvlies, dan kan loslating voorkomen worden door met een laserstraal littekentjes rondom het gaatje te maken. Hierdoor wordt voorkomen dat het gaatje groter wordt en hecht het netvlies vast aan de oogwand. Dit is een vrijwel pijnloze poliklinische behandeling van ongeveer tien minuten. Is het netvlies wel losgelaten en zit er vocht onder het netvlies, dan moet vaak een inwendige oogoperatie (vitrectomie) plaatsvinden: het glasvocht wordt verwijderd om de trekkracht van het glasvocht op te heffen, waarna het netvlies wordt teruggeplaatst en de glasvochtruimte opgevuld met gas of olie. Zo blijft het netvlies op zijn plek en vergroeit het met de onderlaag.

Definitie

Een allergie is een overgevoeligheidsreactie van het lichaam op een bepaald stof die van chemische of organische aard kan zijn, waarvan het lichaam denkt dat het kwaad kan aanrichten.

Zo kan er bij contactlensdragers een overgevoeligheidsreactie optreden voor bepaalde stoffen in de contactlensvloeistof of -materiaal. Veelal ligt de oorzaak bij het conserveermiddel dat aan deze producten wordt toegevoegd om ze beter houdbaar te maken (thiomersal, chloorhexidine). Cosmetica en brilmonturen geven minder vaak overgevoeligheidsreacties maar zijn niet uitgesloten.

Het is vrijwel nooit een reactie van het oog zelf, maar een reactie van de huid, van de oogleden en van het bindvlies. Het uit zich korte tijd na contact met de materie in zwelling van de oogleden, roodheid, tranen en branderigheid of jeuk. Bij ieder volgend contact, neemt de reactie in heftigheid toe. Blijvende schade veroorzaakt een allergische reactie vrijwel nooit.

Het proces wordt ook vanzelf rustiger als men niet meer in aanraking komt met de stof. De meest simpele oplossing kan dan ook zijn om uit de buurt te blijven van de veroorzaker.

Indien dit niet te vermijden is, zijn medicaties soms een oplossing. Niet alle oogdruppels zijn te gebruiken bij lensdragers, vraag ons gerust om advies.

Het kan zijn dat u een actieve rol moet spelen bij het oplossen van eventuele allergie problemen.

Wat is binoculair zien?

Wanneer de ogen samenwerken, ontstaat er een 3-dimensionaal beeld, wat ons dus diepte-informatie verschaft. Dit ‘stereo zien’ heet binoculair zien. Binoculair zien kan alleen als alles juist op elkaar is afgestemd. Niet alleen moeten beide ogen goed kunnen zien (de sterkte), ook de stand van de ogen moet in alle blikrichtingen en afstanden kloppen. Belangrijk is dat dit in de jeugdjaren aanwezig is om het binoculaire zien te ontwikkelen. Het bekendste probleem met binoculair zien is het “luie” oog.

Problemen met binoculair zien komen het meest voor bij kinderen. Daar waar het een en ander zich nog moet ontwikkelen. Het visuele stelsel is erg flexibel, maar naarmate we ouder worden neemt de flexibiliteit af en kunnen er klachten als hoofdpijn ontstaan.

Onderzoek bij problemen met binoculair zien

We richten ons bij het onderzoek naar binoculair zien op de samenwerking van de ogen. Hoe flexibel is het systeem? Zijn er knelpunten en kunnen we deze oplossen met oefeningen en/of een bril? We maken bij dit onderzoek regelmatig gebruik van diagnostische farmacie: oogdruppels. Simpelweg om enkele spieren tijdelijk “uit te schakelen”. Dit kan soms de enige zekere manier zijn om het systeem te begrijpen en problemen op te sporen. Een dergelijk onderzoek duurt ongeveer een uur (inclusief het wachten op het effect van de druppels). Omdat de druppels effect hebben op uw zicht (op dat moment) raden we u aan om niet zelf aan het verkeer deel te nemen.

Behandeling van problemen met binoculair zien

Het bekendste probleem met binoculair zien, is het ‘luie oog’. Om een lui oog te behandelen, moet eerst de oorzaak worden verholpen. Er wordt dus vaak eerst een bril aangemeten. Om een ‘lui oog’ te oefenen moet een kind worden gedwongen dit ‘luie oog’ te gebruiken. In het algemeen wordt dit bereikt door het goede oog af te dekken (occluderen) gedurende een aantal uren per dag en gedurende een bepaalde periode. Bij jongere kinderen kan hetzelfde effect vaak door korter durende occlusie worden teweeggebracht. Dit is het voornaamste argument om al bij jonge leeftijd een ‘lui oog’ te behandelen.

Alternatieve behandelingen van amblyopie zijn er in de vorm van een bril of druppels. Deze pupilverwijdende druppels worden in het goede oog gegeven, zodat dit oog in ieder geval niet voor kijken dichtbij kan worden gebruikt. Het kind wordt op deze wijze gedwongen zijn luie oog in ieder geval voor dichtbij te gebruiken. Om dezelfde reden worden soms speciale brillenglazen of contactlenzen voorgeschreven.

Vanaf ongeveer 10 jaar is de behandeling van een lui oog niet meer succesvol en zullen de klachten blijvend zijn.

Naar mate we ouder worden neemt de flexibiliteit van de ogen af en kunnen de ogen niet meer goed leren samenwerken. Hoofdpijnklachten die door problemen met binoculair zien zijn ontstaan, zullen niet meer door oefening kunnen worden voorkomen.

Sluit Menu